Dagindeling Ons doel van het Q&A is dat leerlingen kennismaken met verschillende subculturen en hier kenmerken van kunnen benoemen. Ons doelgroep is eerste klas VMBO basis kader. Een groep die praktijkgericht is, waarop wij ons zullen instellen. Bij ons Q&A moeten de leerlingen iets “doen”! Onderwijs moet leerlingen stimuleren de kennis die ze opdoen op school in praktijk en in de maatschappij te kunnen toepassen. Het Q&A over subculturen laat leerlingen eerst kennis opdoen en verwerken, vervolgens gaan zij deze kennis toepassen d.m.v. een spel. Wat willen wij gaan doen? Ten eerste delen wij de leerlingen in groepjes. Ieder groepje is een subcultuur (bijvoorbeeld: hippie of gabber). De groepjes beginnen met een woordspin te maken met als hoofdonderwerp hun subculturen. Hiermee willen wij ze zelf aan het denken zetten over de subcultuur die zij gekregen hebben. Leerlingen weten vaak meer dan ze denken. Als de woordspin klaar is, gaan de leerlingen keuzes maken, welke onderwerpen bij de subcultuur zij willen onderzoeken. Aan de hand van wat zij willen onderzoeken maken ze hoofd- en deelvragen. De vragen worden door de docent goedgekeurd en eventueel worden leerlingen ook door de docent op weg geholpen. De beginfase van het onderzoek is gezet. Nu laten we leerlingen “zelf” de hoofd- en deelvragen beantwoorden. Deze gaan zij niet verwerken in een, voor hun saai, verslagje, maar de antwoorden worden verwerkt in brieven. De leerlingen mogen de brieven zo vrolijk maken als ze willen, maar er moeten sowieso kenmerken van hun subcultuur inzitten. Zo zijn ze op een actieve, creatieve, maar ook leerzame manier bezig met het onderwerp. Ieder leerlingen maakt minimaal vier brieven. Als er tijd over is kunnen de leerlingen hun “brievenbus” vrolijk maken. Het “Brievenbusspel” Het “brievenbusspel” is een tikspel. De leerlingen kunnen hun energie en natuurlijk hun kennis kwijt. Bij dit spel heb je alleen een (gras)veldje nodig, dozen, en leerlingen die gemakkelijke schoenen dragen. Uitleg: In een hoek liggen alle gemaakte brieven van de leerlingen. Er worden minimaal vier tikkers uitgekozen, zij staan in het midden. Aan de overkant van het veldje staan dozen, dat zijn de brievenbussen. Iedere brievenbus heeft een eigen subcultuur. Het is de bedoeling dat de leerlingen de juiste brieven bij de juiste brievenbus brengen. (bijvoorbeeld: er staat in de brief een man die een bloemetjesshirt wil kopen, dit is een kenmerk voor een hippie en moet in de hippiebrievenbus). Om bij deze brievenbus te komen moeten zij eerst langs de tikkers. Als een leerling wordt getikt, krijgen de tikkers een punt en moet de leerling aan de kant staan. Als een leerling de brief veilig in de juiste brievenbus heeft gedaan krijgt hij/zij een punt. Het is eigenlijk een wedstrijdje tussen de groep en de tikkers. Het spel is afgelopen als de brieven op zijn. Het brievenbusspel is voor de leerlingen een actieve bezigheid. Ze moeten zich goed concentreren op wat er in de brieven staat, hun kennis daarop toepassen en ook nog eens om de tikkers denken. Dit spel kan een aantal keren gespeeld worden. Aan het einde van het spel volgt er een korte evaluatie. Hierin vragen wij bijvoorbeeld wat de leerlingen van het spel vonden? Wat hebben zij geleerd over de subculturen? Vonden ze het nuttig? Wij hopen dat dit spel slaagt!
subculturen
· Een lokaal met een beamer/activboard aangesloten op een computer met internet. · Tijdschriften en informatie bladen over subculturen · Knip en plak spullen
· De leerling weet dat er verschillende soorten “groepen” in de samenleving bestaan en kan hiervan een aantal voorbeelden noemen. · De leerling kent een aantal kenmerken van de gekozen subculturen. · De leerling weet hoe hij/zij een woordspin maakt. · De leerling kent redelijk de hoofdlijnen voor het maken van hoofd- deelvragen.
(10 minuten) o Voorstellen. o Uitleg wat een subcultuur is. o Uitleg wat de leerlingen komende lessen met dit onderwerp gaan doen.
(20 minuten)
Film
(10 minuten) · Wat voor verschillen in personen konden jullie bij de film fragmenten herkennen? · Welke kenmerken kende je al? · Waren er ook overeenkomsten? · Weten jullie welke subculturen naar voren zijn gebracht?
Kleine discussie (10 minuten)
· Leerlingen vragen stellen of zij ook bij een bepaalde “groep” horen en waarom? · Vragen wat de kenmerken (muziek, accessoires, kleding enz.) van hun “groep” zijn en of ze er ook een voorbeeld van hebben? · Wat vinden de verschillende groepen van elkaar? Hebben ze misschien veel gemeen of juist niet?
(40 min) · Geef aan wat er van de leerlingen wordt verwacht (5 min). o Er moet een werkstuk en een presentatie gemaakt worden over een van de subculturen. o Het werkstuk moet bestaan uit 1 hoofdvraag en minimaal 4 deelvragen die allemaal betrekking hebben op het onderwerp. o Er worden brieven geschreven over de subcultuur. o Uiteindelijk zal er een spel gevormd worden die de leerlingen kunnen spelen. · Naar gelang de grote van de klas moeten er groepjes gevormd worden die uit 3 tot 5 leerlingen bestaan. (5 min). o Dit kan gedaan worden door de leerlingen zelf groepjes te laten vormen, maar ook door het laten trekken van papiertjes met daarop het nummer van de groep. o De samenstelling van de groep kan niet meer worden veranderd als de groepen zijn vastgesteld. o Laat de groepen bij elkaar gaan zitten. · Verdeel de subculturen onder de groepen (10 min). o Laat de groepen bepalen welke subcultuur zij willen hebben. o Maak hier ook een notitie van ! · De leerlingen beginnen met een woordspin maken (10 minuten) o Leg kort uit wat brainstormen is: § Dit betekend dat zij alles mogen opschrijven wat er bij hen te binnen schiet, mits relevant aan het onderwerp. · De leerlingen gaan nu onderzoeken wat zij al weten van de subcultuur en wat zij in hun werkstuk willen verwerken. · Geef de leerlingen ruim de tijd om nu de vragen te gaan verzinnen (15 min) o Laat de leerlingen individueel brainstormen over de hoofd- en deelvragen. o Geef aan dat als ze vragen hebben zij deze kunnen toetsen bij de leraar. o De vragen moeten ingeleverd worden aan het einde van de les.
(5 minuten) · Huiswerk: o Begin vast met het opzoeken van informatie over het onderwerp. o Werk het logboek bij!
· Geen.
· De vragen moeten door de leraar goedgekeurd worden voor ze mogen beginnen met het maken van het werkstuk tijdens les 2. · Verder is het ook handig om het filmpje door te kijken!
· Een computerlokaal met computers die de mogelijkheid hebben om verbinding te maken met het internet. · Tijdschriften voor informatie · Een beamer aangesloten op een computer, met internetverbinding · De leerlingen moeten hun leerlingenhandleiding bij zich hebben.
· De leerlingen hebben al introductie gehad met het onderwerp. Hierin hebben ze de begrippen; subcultuur, brainstormen, hippies, gabber, kakker, gamers, provo geleerd.
(10 minuten) · Leraar vraagt leerlingen of zij kunnen uitleggen wat een subcultuur is. · De leraar gaat toetsen of de leerlingen ook een aantal kenmerken van subculturen kan herkennen. Dit doet hij/zij door een leerling naar voren te laten komen en die leerling een rol te geven (bijvoorbeeld gabber). De leerling die voor de klas staat, mag niks zeggen. Andere leerlingen gaan vervolgens proberen te raden welk subcultuur de leerling voor de klas aanneemt.
( 45 minuten) · Leerlingen gaan hun groepjes aan het werk. ( informatie zoeken & verwerken) · De leraar loopt bij de tafel langs om te kijken naar de hoofd en deelvragen. Wanneer deze in orde zijn, kunnen de leerlingen verder werken. Zo nodig helpt de docent de leerlingen op weg. · De leerlingen lezen samen met de docent de eisen van het werkstuk door.
( 5 minuten) · De leerlingen moeten hun logboek invullen.
· De leerlingen gaan voor zichzelf bezig met de presentaties.
· Geen.
· Een computerlokaal met computers die de mogelijkheid hebben om verbinding te maken met het internet. · Een beamer aangesloten op een computer, met internetverbinding · De leerlingen moeten hun leerlingenhandleiding bij zich hebben.
· De leerlingen hebben al introductie gehad met het onderwerp. Hierin hebben ze de begrippen; subcultuur, brainstormen, hippies, gabber, kakker, gamers, provo geleerd. · De vorige les is besproken hoe het werkstuk in elkaar moet gaan zitten.
(5 minuten) · De leraar geeft aan dat de leerlingen weer zelfstandig aan het werk mogen gaan en geeft zo nodig nog een aantal instructies wat betreft de eisen aan het verslag.
(62 minuten) · De leerlingen gaan bezig met hun werkstuk en sommigen misschien met hun presentatie. De leerlingen krijgen/hebben de mogelijkheid om vragen te stellen. · (50 minuten) · De eisen van de presentatie worden doorgenomen met de leerling. De docent controleert de logboeken van de leerlingen. En vraagt zich af hoever de leerlingen al zijn met hun project, wat ze nog moeten doen, en hoe de leerlingen gaan presenteren. (12 minuten)
(3 minuten) · De leerlingen moeten hun logboek invullen.
· De leerlingen kunnen de presentatie gaan oefenen.
· Geen
· Een lokaal met normale tafels en stoelen. · Een beamer aangesloten op een computer, met internetverbinding · De leerlingen moeten hun leerlingenhandleiding bij zich hebben.
· De leerlingen hebben al introductie gehad met het onderwerp. Hierin hebben ze de begrippen; subcultuur, brainstormen, hippies, gabber, kakker, gamers, provo geleerd. · De 2e les is besproken hoe het werkstuk in elkaar moet gaan zitten. De 3e les is besproken hoe een presentatie er uit moet zien. In deze les worden de presentaties gehouden en de werkstukken ingeleverd. Dat is bij de 1e les aangegeven.
(5 minuten) · De leraar vertelt dat het vandaag de dag van de presentaties is. De groepjes worden op volgorde gezet om hun presentaties te houden.
(50 minuten) · Elk groepje krijgt 4-10 minuten de tijd om te presenteren. De laatste 2 minuten (in totaal dus 12 minuten per groepje) is er gelegenheid om vragen te stellen en de presentatie te beoordelen.
(15 minuten) · De leraar vraagt zijn leerlingen wat de subculturen hebben geleerd, hoe de samenwerking verliep. Ook toetst de leraar de leerlingen nogmaals op een aantal kenmerken van de subculturen. (dit ter voorbereiding aan het spel). Hierin vraagt hij bijvoorbeeld wat zijn voor jullie kenmerken van een “gamer”? Wat voor kleren draagt een hippie?
· De leerlingen kunnen vragen stellen over de presentaties van anderen.
· Geen
Les 5: Uitslag presentaties en ontwerpen van het “Brievenbusspel”
Benodigdheden
· Een lokaal met normale tafels en stoelen. · Tijdschriften · Knip en plak spullen (scharen, lijm, stiften) · De leerlingen moeten hun leerlingenhandleiding bij zich hebben. · De leraar geeft de leerlingen hun gemaakte werkstuk, zodat zij daar ook informatie uit kunnen halen. · 5 tot 6 dozen (als gebruik voor brievenbus) · Leerlingen met makkelijke schoenen.
Beginsituatie
· De leerlingen hebben al introductie gehad met het onderwerp. Hierin hebben ze de begrippen; subcultuur, brainstormen, hippies, gabber, kakker, gamers, provo geleerd. · De leerling weet hoe hij/zij moet brainstromen. De 2e les is besproken hoe het werkstuk in elkaar moet gaan zitten. De 3e les is besproken hoe een presentatie er uit moet zien. In de derde les zijn de presentaties gehouden en de werkstukken ingeleverd. De leraar heeft een aantal keren de leerlingen getoetst op het herkennen van een van de subculturen. In deze les gaan de leerlingen de kennis die ze hebben opgedaan in een spel vormgeven.
Inleiding
(10 minuten) · Docent evalueert kort over de presentaties en geeft als het mogelijk is de beoordeling daarvan. · Dan introduceert de leraar de laatste les, waarin de leerlingen hun kennis over de subculturen gaan toepassen. · De leraar geeft aan dat deze les langer duurt, door het spelen van het spel.
Kern
(60 minuten) · De leraar geeft uitleg over het maken van de brieven · Hierbij geeft de leraar duidelijk weer welke punten er in ieder geval in de brieven moeten voorkomen (kleding, uiterlijk, accessoires, muziek enz.) · De leraar vermeldt dat de leerling ieder minimaal drie brieven moet gaan schrijven (brieven hoeven niet lang te zijn). · Leerlingen mogen de brieven naar hun eigen smaak opvrolijken (plaatjes uit tijdschriften/internet, kleuren enz.) · De leerlingen gaan aan de slag met het schrijven van brieven. Ze maken vooral gebruik van hun gemaakte werkstuk en tijdschriften (eventueel gebruik internet). · Als een brief af is brengen zij deze bij de leraar en gaan verder met de volgende brief. De leraar kijkt vluchtig de brieven door ter controle. · Als de leerlingen eerder klaar zijn met brievenschrijven mogen zij hun “brievenbus” opvrolijken.
Het “Brievenbusspel”
(Maximaal 60 minuten) · Als de leerlingen de brieven afhebben gaat de leraar het spel duidelijk uitleggen. o De leraar kiest minimaal vier tikkers uit. o De dozen worden over een (gras)veldje verdeeld. Het is de bedoeling dan de overige leerlingen de juiste brief bij de juiste brievenbus moeten brengen (hippiebrief in hippiebrievenbus enz.). Hierbij moeten ze goed letten op wat er in de brief staat en aan de tikkers ontkomen. o Zodra de tikker een leerling heeft getikt, krijgt de tikker een punt en is de leerling af. o Het spelen van het spel kan beginnen.
Slot
(5-10 minuten) · Iedereen komt nog even bij elkaar. · De leraar en leerlingen evalueren op de gevolgde lessen en op het spel. · De leraar vraagt wat de leerlingen van het spel vonden en wat zij misschien anders hadden gedaan? · Vonden de leerlingen het onderwerp “subculturen” een boeiend onderwerp? Waarom of waarom niet? · De leraar bedankt de leerlingen.
Differentiatiedoel
· De leraar gaat de gemaakte werkstukken nakijken.
Extra informatie voor de docent
Geen.
Reflectie
De samenwerking bij dit project verliep goed. We zaten met z’n allen wel aardig op een lijn. Wel kon af en toe het mailcontact beter, maar dit heeft niet voor grote problemen gezorgd. Ik heb mij vooral bezig gehouden met het ontwerpen van het project. Dit was zo de afspraak, omdat er een kans was dat ik niet aanwezig kon zijn bij het project. Wat ik ook fijn vond was dat we vaak met z’n allen bijeen kwamen om te vergaderen hoe we nu verder moesten. Dit gaf mij veel zekerheid en zo konden we er samen uit komen hoe het project er precies uit moest gaan zien. Ieder groepslid telde mee en mocht zijn mening geven. Dit zorgde voor leuke originele ideeën. We hebben een goede taakverdeling gemaakt. Het was voor iedereen duidelijk waar hij aan toe was. We hebben bij onze stagecoach een goede indruk achter gelaten van het project. Hij noemde het een groot succes en het heeft de leerlingen duidelijk gemaakt dat er ook mensen zijn die net wat “anders” zijn, maar daarom niet minderwaardig. Wat het project vooral interessant maakt, naar mijn mening, is dat de leerlingen niet, zoals bij veel projecten, standaard een eindpresentatie moesten hebben. Hun eindproduct was een spel en dit maakt leerlingen gemotiveerder. De planning was nogal strak, maar er was toch nog wel tijd voor wat flexibiliteit in de les. Bij dit project moet je wel om de doelgroep denken. Ik denk dat dit zeer geschikt is voor een eerste klas en misschien nog een tweede klas, maar niet voor een derdeklasser of hoger. Hiervoor is het spel net wat te “kinderlijk”. Voor de eersteklassers was het spel een mooi moment om uit te waaien. Het was mooi weer, wat ook meehielp. Ik ben trots op het eindproduct en wil ook mijn groepsleden bedanken hiervoor. We hebben ons allemaal goed ingezet. Ik kon helaas op de dag zelf niet aanwezig zijn en daarom mijn complimenten voor mijn groepsleden die het project uitgevoerd hebben!
Ons doel van het Q&A is dat leerlingen kennismaken met verschillende subculturen en hier kenmerken van kunnen benoemen. Ons doelgroep is eerste klas VMBO basis kader. Een groep die praktijkgericht is, waarop wij ons zullen instellen. Bij ons Q&A moeten de leerlingen iets “doen”! Onderwijs moet leerlingen stimuleren de kennis die ze opdoen op school in praktijk en in de maatschappij te kunnen toepassen. Het Q&A over subculturen laat leerlingen eerst kennis opdoen en verwerken, vervolgens gaan zij deze kennis toepassen d.m.v. een spel.
Wat willen wij gaan doen? Ten eerste delen wij de leerlingen in groepjes. Ieder groepje is een subcultuur (bijvoorbeeld: hippie of gabber). De groepjes beginnen met een woordspin te maken met als hoofdonderwerp hun subculturen. Hiermee willen wij ze zelf aan het denken zetten over de subcultuur die zij gekregen hebben. Leerlingen weten vaak meer dan ze denken.
Als de woordspin klaar is, gaan de leerlingen keuzes maken, welke onderwerpen bij de subcultuur zij willen onderzoeken. Aan de hand van wat zij willen onderzoeken maken ze hoofd- en deelvragen. De vragen worden door de docent goedgekeurd en eventueel worden leerlingen ook door de docent op weg geholpen.
De beginfase van het onderzoek is gezet. Nu laten we leerlingen “zelf” de hoofd- en deelvragen beantwoorden. Deze gaan zij niet verwerken in een, voor hun saai, verslagje, maar de antwoorden worden verwerkt in brieven. De leerlingen mogen de brieven zo vrolijk maken als ze willen, maar er moeten sowieso kenmerken van hun subcultuur inzitten. Zo zijn ze op een actieve, creatieve, maar ook leerzame manier bezig met het onderwerp. Ieder leerlingen maakt minimaal vier brieven. Als er tijd over is kunnen de leerlingen hun “brievenbus” vrolijk maken.
Het “Brievenbusspel”
Het “brievenbusspel” is een tikspel. De leerlingen kunnen hun energie en natuurlijk hun kennis kwijt.
Bij dit spel heb je alleen een (gras)veldje nodig, dozen, en leerlingen die gemakkelijke schoenen dragen.
Uitleg:
In een hoek liggen alle gemaakte brieven van de leerlingen.
Er worden minimaal vier tikkers uitgekozen, zij staan in het midden.
Aan de overkant van het veldje staan dozen, dat zijn de brievenbussen.
Iedere brievenbus heeft een eigen subcultuur.
Het is de bedoeling dat de leerlingen de juiste brieven bij de juiste brievenbus brengen. (bijvoorbeeld: er staat in de brief een man die een bloemetjesshirt wil kopen, dit is een kenmerk voor een hippie en moet in de hippiebrievenbus).
Om bij deze brievenbus te komen moeten zij eerst langs de tikkers.
Als een leerling wordt getikt, krijgen de tikkers een punt en moet de leerling aan de kant staan.
Als een leerling de brief veilig in de juiste brievenbus heeft gedaan krijgt hij/zij een punt.
Het is eigenlijk een wedstrijdje tussen de groep en de tikkers.
Het spel is afgelopen als de brieven op zijn.
Het brievenbusspel is voor de leerlingen een actieve bezigheid. Ze moeten zich goed concentreren op wat er in de brieven staat, hun kennis daarop toepassen en ook nog eens om de tikkers denken. Dit spel kan een aantal keren gespeeld worden.
Aan het einde van het spel volgt er een korte evaluatie. Hierin vragen wij bijvoorbeeld wat de leerlingen van het spel vonden? Wat hebben zij geleerd over de subculturen? Vonden ze het nuttig?
Wij hopen dat dit spel slaagt!
subculturen
· Een lokaal met een beamer/activboard aangesloten op een computer met internet.· Tijdschriften en informatie bladen over subculturen
· Knip en plak spullen
· De leerling weet dat er verschillende soorten “groepen” in de samenleving bestaan en kan hiervan een aantal voorbeelden noemen.· De leerling kent een aantal kenmerken van de gekozen subculturen.
· De leerling weet hoe hij/zij een woordspin maakt.
· De leerling kent redelijk de hoofdlijnen voor het maken van hoofd- deelvragen.
(10 minuten)o Voorstellen.
o Uitleg wat een subcultuur is.
o Uitleg wat de leerlingen komende lessen met dit onderwerp gaan doen.
(20 minuten)
Film
(10 minuten)· Wat voor verschillen in personen konden jullie bij de film fragmenten herkennen?
· Welke kenmerken kende je al?
· Waren er ook overeenkomsten?
· Weten jullie welke subculturen naar voren zijn gebracht?
Kleine discussie (10 minuten)
· Leerlingen vragen stellen of zij ook bij een bepaalde “groep” horen en waarom?
· Vragen wat de kenmerken (muziek, accessoires, kleding enz.) van hun “groep” zijn en of ze er ook een voorbeeld van hebben?
· Wat vinden de verschillende groepen van elkaar? Hebben ze misschien veel gemeen of juist niet?
(40 min)· Geef aan wat er van de leerlingen wordt verwacht
(5 min).
o Er moet een werkstuk en een presentatie gemaakt worden over een van de subculturen.
o Het werkstuk moet bestaan uit 1 hoofdvraag en minimaal 4 deelvragen die allemaal betrekking hebben op het onderwerp.
o Er worden brieven geschreven over de subcultuur.
o Uiteindelijk zal er een spel gevormd worden die de leerlingen kunnen spelen.
· Naar gelang de grote van de klas moeten er groepjes gevormd worden die uit 3 tot 5 leerlingen bestaan.
(5 min).
o Dit kan gedaan worden door de leerlingen zelf groepjes te laten vormen, maar ook door het laten trekken van papiertjes met daarop het nummer van de groep.
o De samenstelling van de groep kan niet meer worden veranderd als de groepen zijn vastgesteld.
o Laat de groepen bij elkaar gaan zitten.
· Verdeel de subculturen onder de groepen
(10 min).
o Laat de groepen bepalen welke subcultuur zij willen hebben.
o Maak hier ook een notitie van !
· De leerlingen beginnen met een woordspin maken (10 minuten)
o Leg kort uit wat brainstormen is:
§ Dit betekend dat zij alles mogen opschrijven wat er bij hen te binnen schiet, mits relevant aan het onderwerp.
· De leerlingen gaan nu onderzoeken wat zij al weten van de subcultuur en wat zij in hun werkstuk willen verwerken.
· Geef de leerlingen ruim de tijd om nu de vragen te gaan verzinnen
(15 min)
o Laat de leerlingen individueel brainstormen over de hoofd- en deelvragen.
o Geef aan dat als ze vragen hebben zij deze kunnen toetsen bij de leraar.
o De vragen moeten ingeleverd worden aan het einde van de les.
(5 minuten)· Huiswerk:
o Begin vast met het opzoeken van informatie over het onderwerp.
o Werk het logboek bij!
· Geen.
· De vragen moeten door de leraar goedgekeurd worden voor ze mogen beginnen met het maken van het werkstuk tijdens les 2.· Verder is het ook handig om het filmpje door te kijken!
· Een computerlokaal met computers die de mogelijkheid hebben om verbinding te maken met het internet.· Tijdschriften voor informatie
· Een beamer aangesloten op een computer, met internetverbinding
· De leerlingen moeten hun leerlingenhandleiding bij zich hebben.
· De leerlingen hebben al introductie gehad met het onderwerp. Hierin hebben ze de begrippen; subcultuur, brainstormen, hippies, gabber, kakker, gamers, provo geleerd.
(10 minuten)· Leraar vraagt leerlingen of zij kunnen uitleggen wat een subcultuur is.
· De leraar gaat toetsen of de leerlingen ook een aantal kenmerken van subculturen kan herkennen. Dit doet hij/zij door een leerling naar voren te laten komen en die leerling een rol te geven (bijvoorbeeld gabber). De leerling die voor de klas staat, mag niks zeggen. Andere leerlingen gaan vervolgens proberen te raden welk subcultuur de leerling voor de klas aanneemt.
( 45 minuten)· Leerlingen gaan hun groepjes aan het werk. ( informatie zoeken & verwerken)
· De leraar loopt bij de tafel langs om te kijken naar de hoofd en deelvragen. Wanneer deze in orde zijn, kunnen de leerlingen verder werken. Zo nodig helpt de docent de leerlingen op weg.
· De leerlingen lezen samen met de docent de eisen van het werkstuk door.
( 5 minuten)· De leerlingen moeten hun logboek invullen.
· De leerlingen gaan voor zichzelf bezig met de presentaties.
· Geen.
· Een computerlokaal met computers die de mogelijkheid hebben om verbinding te maken met het internet.· Een beamer aangesloten op een computer, met internetverbinding
· De leerlingen moeten hun leerlingenhandleiding bij zich hebben.
· De leerlingen hebben al introductie gehad met het onderwerp. Hierin hebben ze de begrippen; subcultuur, brainstormen, hippies, gabber, kakker, gamers, provo geleerd.· De vorige les is besproken hoe het werkstuk in elkaar moet gaan zitten.
(5 minuten)· De leraar geeft aan dat de leerlingen weer zelfstandig aan het werk mogen gaan en geeft zo nodig nog een aantal instructies wat betreft de eisen aan het verslag.
(62 minuten)· De leerlingen gaan bezig met hun werkstuk en sommigen misschien met hun presentatie. De leerlingen krijgen/hebben de mogelijkheid om vragen te stellen.
· (50 minuten)
· De eisen van de presentatie worden doorgenomen met de leerling. De docent controleert de logboeken van de leerlingen. En vraagt zich af hoever de leerlingen al zijn met hun project, wat ze nog moeten doen, en hoe de leerlingen gaan presenteren. (12 minuten)
(3 minuten)· De leerlingen moeten hun logboek invullen.
· De leerlingen kunnen de presentatie gaan oefenen.
· Geen
· Een lokaal met normale tafels en stoelen.· Een beamer aangesloten op een computer, met internetverbinding
· De leerlingen moeten hun leerlingenhandleiding bij zich hebben.
· De leerlingen hebben al introductie gehad met het onderwerp. Hierin hebben ze de begrippen; subcultuur, brainstormen, hippies, gabber, kakker, gamers, provo geleerd.· De 2e les is besproken hoe het werkstuk in elkaar moet gaan zitten. De 3e les is besproken hoe een presentatie er uit moet zien. In deze les worden de presentaties gehouden en de werkstukken ingeleverd. Dat is bij de 1e les aangegeven.
(5 minuten)· De leraar vertelt dat het vandaag de dag van de presentaties is. De groepjes worden op volgorde gezet om hun presentaties te houden.
(50 minuten)· Elk groepje krijgt 4-10 minuten de tijd om te presenteren. De laatste 2 minuten (in totaal dus 12 minuten per groepje) is er gelegenheid om vragen te stellen en de presentatie te beoordelen.
(15 minuten)· De leraar vraagt zijn leerlingen wat de subculturen hebben geleerd, hoe de samenwerking verliep. Ook toetst de leraar de leerlingen nogmaals op een aantal kenmerken van de subculturen. (dit ter voorbereiding aan het spel). Hierin vraagt hij bijvoorbeeld wat zijn voor jullie kenmerken van een “gamer”? Wat voor kleren draagt een hippie?
· De leerlingen kunnen vragen stellen over de presentaties van anderen.
· GeenLes 5: Uitslag presentaties en ontwerpen van het “Brievenbusspel”
Benodigdheden
· Een lokaal met normale tafels en stoelen.· Tijdschriften
· Knip en plak spullen (scharen, lijm, stiften)
· De leerlingen moeten hun leerlingenhandleiding bij zich hebben.
· De leraar geeft de leerlingen hun gemaakte werkstuk, zodat zij daar ook informatie uit kunnen halen.
· 5 tot 6 dozen (als gebruik voor brievenbus)
· Leerlingen met makkelijke schoenen.
Beginsituatie
· De leerlingen hebben al introductie gehad met het onderwerp. Hierin hebben ze de begrippen; subcultuur, brainstormen, hippies, gabber, kakker, gamers, provo geleerd.· De leerling weet hoe hij/zij moet brainstromen. De 2e les is besproken hoe het werkstuk in elkaar moet gaan zitten. De 3e les is besproken hoe een presentatie er uit moet zien. In de derde les zijn de presentaties gehouden en de werkstukken ingeleverd. De leraar heeft een aantal keren de leerlingen getoetst op het herkennen van een van de subculturen. In deze les gaan de leerlingen de kennis die ze hebben opgedaan in een spel vormgeven.
Inleiding
(10 minuten)· Docent evalueert kort over de presentaties en geeft als het mogelijk is de beoordeling daarvan.
· Dan introduceert de leraar de laatste les, waarin de leerlingen hun kennis over de subculturen gaan toepassen.
· De leraar geeft aan dat deze les langer duurt, door het spelen van het spel.
Kern
(60 minuten)· De leraar geeft uitleg over het maken van de brieven
· Hierbij geeft de leraar duidelijk weer welke punten er in ieder geval in de brieven moeten voorkomen (kleding, uiterlijk, accessoires, muziek enz.)
· De leraar vermeldt dat de leerling ieder minimaal drie brieven moet gaan schrijven (brieven hoeven niet lang te zijn).
· Leerlingen mogen de brieven naar hun eigen smaak opvrolijken (plaatjes uit tijdschriften/internet, kleuren enz.)
· De leerlingen gaan aan de slag met het schrijven van brieven. Ze maken vooral gebruik van hun gemaakte werkstuk en tijdschriften (eventueel gebruik internet).
· Als een brief af is brengen zij deze bij de leraar en gaan verder met de volgende brief. De leraar kijkt vluchtig de brieven door ter controle.
· Als de leerlingen eerder klaar zijn met brievenschrijven mogen zij hun “brievenbus” opvrolijken.
Het “Brievenbusspel”
(Maximaal 60 minuten)· Als de leerlingen de brieven afhebben gaat de leraar het spel duidelijk uitleggen.
o De leraar kiest minimaal vier tikkers uit.
o De dozen worden over een (gras)veldje verdeeld. Het is de bedoeling dan de overige leerlingen de juiste brief bij de juiste brievenbus moeten brengen (hippiebrief in hippiebrievenbus enz.). Hierbij moeten ze goed letten op wat er in de brief staat en aan de tikkers ontkomen.
o Zodra de tikker een leerling heeft getikt, krijgt de tikker een punt en is de leerling af.
o Het spelen van het spel kan beginnen.
Slot
(5-10 minuten)· Iedereen komt nog even bij elkaar.
· De leraar en leerlingen evalueren op de gevolgde lessen en op het spel.
· De leraar vraagt wat de leerlingen van het spel vonden en wat zij misschien anders hadden gedaan?
· Vonden de leerlingen het onderwerp “subculturen” een boeiend onderwerp? Waarom of waarom niet?
· De leraar bedankt de leerlingen.
Differentiatiedoel
· De leraar gaat de gemaakte werkstukken nakijken.
Extra informatie voor de docent
Geen.
Reflectie
De samenwerking bij dit project verliep goed. We zaten met z’n allen wel aardig op een lijn. Wel kon af en toe het mailcontact beter, maar dit heeft niet voor grote problemen gezorgd. Ik heb mij vooral bezig gehouden met het ontwerpen van het project. Dit was zo de afspraak, omdat er een kans was dat ik niet aanwezig kon zijn bij het project. Wat ik ook fijn vond was dat we vaak met z’n allen bijeen kwamen om te vergaderen hoe we nu verder moesten. Dit gaf mij veel zekerheid en zo konden we er samen uit komen hoe het project er precies uit moest gaan zien. Ieder groepslid telde mee en mocht zijn mening geven. Dit zorgde voor leuke originele ideeën.We hebben een goede taakverdeling gemaakt. Het was voor iedereen duidelijk waar hij aan toe was. We hebben bij onze stagecoach een goede indruk achter gelaten van het project. Hij noemde het een groot succes en het heeft de leerlingen duidelijk gemaakt dat er ook mensen zijn die net wat “anders” zijn, maar daarom niet minderwaardig.
Wat het project vooral interessant maakt, naar mijn mening, is dat de leerlingen niet, zoals bij veel projecten, standaard een eindpresentatie moesten hebben. Hun eindproduct was een spel en dit maakt leerlingen gemotiveerder. De planning was nogal strak, maar er was toch nog wel tijd voor wat flexibiliteit in de les.
Bij dit project moet je wel om de doelgroep denken. Ik denk dat dit zeer geschikt is voor een eerste klas en misschien nog een tweede klas, maar niet voor een derdeklasser of hoger. Hiervoor is het spel net wat te “kinderlijk”. Voor de eersteklassers was het spel een mooi moment om uit te waaien. Het was mooi weer, wat ook meehielp.
Ik ben trots op het eindproduct en wil ook mijn groepsleden bedanken hiervoor. We hebben ons allemaal goed ingezet. Ik kon helaas op de dag zelf niet aanwezig zijn en daarom mijn complimenten voor mijn groepsleden die het project uitgevoerd hebben!